Getallenreeks
Onthoud welke beweging bij welk getal hoort en reageer voordat je hoofd de draad kwijt is.
Uitleg
Koppel bewegingen aan cijfers, bijvoorbeeld 1 = handen voor de ogen, 2 = rondje draaien, 3 = hurken, 5 = springen en 9 = hand op het hoofd. De spelleider noemt steeds sneller cijfers of reeksen. Een fout antwoord betekent verlies van de ronde.
Materiaal
Kaart met cijfer-bewegingcombinaties